

Zaterdag 3 mei.
Na een broeierige nacht aan boord van de Sea Star, ik heb zelf bovendeks geslapen, staat voor zevenen het ontbijt al klaar. We zijn nog maar amper klaar met eten of de kapitein start de motoren en het anker wordt gelicht.
We gaan onderweg naar het eiland Komodo. Daar aangekomen worden we voorgesteld aan onze ranger van vanmorgen, zijn naam is Rino. We gaan een wandeling van een kleine twee uur maken over het eiland. De zon staat hoog en het is heel benauwd. We horen om ons heen veel vogels maar behalve een kraai (ziet er in een palmboom toch anders uit dan thuis), wat duiven en twee kaketoes zien we niet veel. Wel komen we onderweg wat wilde zwijnen tegen. De orchideeen die hier tegen de boomstammen aan groeien zijn wel erg mooi. Aan het einde van onze wandeling als we weer dichter naar zee lopen vliegt er wel een grote visarend boven ons, helaas had Marjo niet de goede lens op haar camera staan.
Ook hier vinden we net als op Rinca bij de huizen van de rangers enkele varanen.
We gaan weer terug naar de boot, we hebben het allemaal heel erg warm. Pa, ma en Marjo gaan met de volgboot en Delano en ik trekken onze kleding uit en zwemmen terug naar boord.
De motoren worden weer gestart en we varen een klein stukje naar red sand beach. Hier kunnen we weer heel mooi snorkelen. Op het strandje zien we dat het zand ook echt rood is. Onder water zien we hele grote en ook heel veel vissen. We zwemmen weer naar boord en even later varen we verder naar een ondiep gedeelte waar we enorm grote roggen (manta roggen) zien. Indrukwekkend om te zien als er een aantal van die deurmatten van een 2 meter breed vlak langs het schip zwemmen.
We vervolgen onze route naar de mangroves voor de kust van Komodo, hier zien we tegen de schemering de kalongs overvliegen met honderden tegelijk.
Het diner wordt opgediend, ik heb besloten dat ik de kok aan boord mee naar Nederland wil nemen, wat kan dat ventje heerlijk koken.
We zijn allemaal moe geworden van het wandelen, zwemmen, snorkelen en de zeelucht zijn we allemaal gaar geworden en liggen we voor tienen in bed. Gelukkig is het vannacht minder benauwd en kunnen we allemaal in de grote hut beneden slapen.
Na een broeierige nacht aan boord van de Sea Star, ik heb zelf bovendeks geslapen, staat voor zevenen het ontbijt al klaar. We zijn nog maar amper klaar met eten of de kapitein start de motoren en het anker wordt gelicht.
We gaan onderweg naar het eiland Komodo. Daar aangekomen worden we voorgesteld aan onze ranger van vanmorgen, zijn naam is Rino. We gaan een wandeling van een kleine twee uur maken over het eiland. De zon staat hoog en het is heel benauwd. We horen om ons heen veel vogels maar behalve een kraai (ziet er in een palmboom toch anders uit dan thuis), wat duiven en twee kaketoes zien we niet veel. Wel komen we onderweg wat wilde zwijnen tegen. De orchideeen die hier tegen de boomstammen aan groeien zijn wel erg mooi. Aan het einde van onze wandeling als we weer dichter naar zee lopen vliegt er wel een grote visarend boven ons, helaas had Marjo niet de goede lens op haar camera staan.
Ook hier vinden we net als op Rinca bij de huizen van de rangers enkele varanen.
We gaan weer terug naar de boot, we hebben het allemaal heel erg warm. Pa, ma en Marjo gaan met de volgboot en Delano en ik trekken onze kleding uit en zwemmen terug naar boord.
De motoren worden weer gestart en we varen een klein stukje naar red sand beach. Hier kunnen we weer heel mooi snorkelen. Op het strandje zien we dat het zand ook echt rood is. Onder water zien we hele grote en ook heel veel vissen. We zwemmen weer naar boord en even later varen we verder naar een ondiep gedeelte waar we enorm grote roggen (manta roggen) zien. Indrukwekkend om te zien als er een aantal van die deurmatten van een 2 meter breed vlak langs het schip zwemmen.
We vervolgen onze route naar de mangroves voor de kust van Komodo, hier zien we tegen de schemering de kalongs overvliegen met honderden tegelijk.
Het diner wordt opgediend, ik heb besloten dat ik de kok aan boord mee naar Nederland wil nemen, wat kan dat ventje heerlijk koken.
We zijn allemaal moe geworden van het wandelen, zwemmen, snorkelen en de zeelucht zijn we allemaal gaar geworden en liggen we voor tienen in bed. Gelukkig is het vannacht minder benauwd en kunnen we allemaal in de grote hut beneden slapen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten